Spijsverteringsklachten zijn meer dan een ongemak — ze beïnvloeden je energie, je stemming en je hele dag. In de Chinese geneeskunde zien we de Milt en de Maag als het 'middelste verwarmingsysteem': de motor die alles wat je eet omzet in bruikbare energie. Als die motor hapert, voel je het overal.
Acupunctuur & Chinese kruiden
In de Chinese geneeskunde staat de spijsvertering centraal. De Milt en de Maag worden gezien als het 'middelste verwarmingsysteem' — een soort interne keuken waar voedsel wordt 'gekookt' tot bruikbare energie en bouwstoffen. Werkt die keuken goed, dan voel je je verzadigd, helder en energiek na een maaltijd.
Werkt hij minder goed, dan blijft voedsel te lang stilstaan, ontstaat er gas, gisting of slijm, en gaat veel van de energie verloren aan de vertering zelf. Je voelt je moe na het eten, opgeblazen, of je krijgt klachten die op het eerste gezicht niets met voeding lijken te maken.
Tijdens de intake brengen we in kaart welk van de drie patronen bij jou speelt — en welke aanpak het meeste verschil gaat maken. Acupunctuur en Chinese kruiden vormen hier vrijwel altijd de kern, aangevuld met concreet voedingsadvies.
Niet elke buikklacht heeft dezelfde oorsprong. Er zijn drie hoofdpatronen die we onderscheiden — vaak speelt er meer dan één tegelijk, en daar stemmen we de behandeling op af.
De Milt-Qi is te zwak om voedsel goed te verwerken. Je voelt je vermoeid na het eten, hebt een zware buik, ontlasting is zacht of brijig, en je trekt langzaam terug op vermoeidheid. Vaak gepaard met bleekheid, koudere ledematen en weinig honger.
De Lever overheerst de Milt. Klassiek PDS-beeld: wisselende stoelgang (de ene dag verstopping, de andere diarree), opgeblazen gevoel, krampen, geluid in de buik. De klachten zijn duidelijk stressgevoelig en variëren met de week of zelfs het uur.
Vocht- of slijmvorming. Hardnekkig opgeblazen gevoel, een 'plakkerige' ontlasting die moeilijk loslaat, trage spijsvertering, vaak voedselovergevoeligheden of een dikke beslag op de tong. Klachten verergeren in vochtig weer of na zuivel en zoetigheid.
Een greep uit de buikklachten waarvoor mensen bij ons komen. Vaak hebben mensen meerdere klachten tegelijk — die liggen dan ook bijna altijd in hetzelfde TCM-patroon.
Prikkelbare darm met wisselende klachten
Vooral na de maaltijd, soms hele dag
Brandend gevoel, oprispingen na eten
Onregelmatig, harde of moeilijke stoelgang
Vaak en dun, soms direct na eten
Lood in je benen, niet meer kunnen werken
Steeds meer dingen die je niet meer verdraagt
Soms een patroon, soms geen — onvoorspelbaar
Bij spijsverteringsklachten werken kruiden vaak het sterkst — ze gaan letterlijk door het verteringsstelsel heen en kunnen direct op de Milt en Maag werken. Acupunctuur ondersteunt en reguleert het systeem rondom.
Bij spijsverteringsklachten zijn voedingskeuzes vaak doorslaggevend. Deze zes principes verschillen subtiel van het westerse "gezond eten" advies, maar passen veel beter bij hoe de Milt en Maag werken.
Vooral in de winter en bij Milt-Qi leegte. Warme soepen, stoofpotjes, gestoomde groente. De Milt vraagt om voorverteerd voedsel — koud en rauw kost te veel energie.
De Milt is een ritme-orgaan. Elke dag rond hetzelfde tijdstip eten geeft je systeem houvast en zorgt voor betere vertering — zelfs als wat je eet niet perfect is.
Vertering begint in de mond. Twintig keer kauwen per hap (de eerste paar weken bewust tellen) maakt vaak meer verschil dan welk dieet ook. Het ontlast de Milt enorm.
Salades, smoothies en koude bowls vragen veel verteringskracht. In de zomer minder een probleem; in de winter belasten ze een al zwakke Milt extra. Iets stomen of bakken helpt.
Heb je voortdurend slijm in keel of neus, een dikke beslag op de tong, of een plakkerig gevoel? Zuivel — vooral koud — produceert in de Chinese geneeskunde slijm. Een paar weken testen geeft snel duidelijkheid.
Vooral geen ijskoude drank. Het verdunt je verteringssappen en koelt de Milt — precies wat je niet wilt. Wel een kop warm water voor of na de maaltijd; dat helpt juist.
Spijsverteringsklachten reageren goed maar vragen geduld — de Milt bouwt zich niet in één week op. Vaak voel je na drie tot vier sessies de eerste verschillen.
Een uitgebreid gesprek over je klachten, eetpatroon en leefstijl. Tong- en polsdiagnose bepalen het patroon. Vaak start direct een kruidenkuur. Duur: 60–75 minuten.
Acht tot tien sessies, meestal één per week. Kruiden lopen door tussen sessies. Voedingsaanpassingen worden geleidelijk geïntroduceerd, niet alles tegelijk.
Naarmate de klachten afnemen, vergroten we de intervallen. Voor chronische PDS plant men vaak een seizoensbehandeling, zeker rond stressvolle periodes.
Plan een eerste afspraak — dan brengen we jouw patroon in kaart en bespreken we welke aanpak en welk voedingsadvies bij jou passen.